Mijn leven met een hulphond 

Annie ging zitten, staan, zitten, staan. Haar oren plat tegen haar kop. "Dag meisje," zei ik nog toen de deur dichtviel. Haar fiere kop begreep het niet.

Vanavond, als ik in het ziekenhuis ben zal Annie naar het trainingscentrum gebracht worden. Veel honden zijn eraan gewend om alleen te zijn, maar Annie niet.

Annie en ik zijn onafscheidelijk. Waar ik ga, gaat ze mee, dus ze is nooit alleen thuis. Bijna een jaar zijn we nu samen. Ik had nooit gedacht dat ze mijn leven zo ingrijpend zou veranderen.

Begin december ‘96 doorliepen we met vijf personen een zware stage van twee weken. Tijdens deze twee weken leerden we erg veel over honden. Alle mogelijke aspecten kwamen aan bod. Heel wat psychologie; om te weten hoe een hond "denkt", want een hond is geen mens en wij mensen hebben nogal de neiging om een hond als een mens te behandelen. Anatomie, waaraan gekoppeld bepaalde ziekten die honden kunnen krijgen en wat je kan doen om ziekten te voorkomen. EHBO ook; zelfs wanneer je fysiek niet in staat bent je hond te helpen bij een ongeluk is het belangrijk om te weten wat wel of niet mag. En je kan anderen instructies geven.

Selectie, gastgezin, opleiding

De honden waren dan al heel wat langer aan hun carrière begonnen. Zij beginnen hieraan als puppy van ongeveer acht weken. Ze doorlopen een eerste test, moeten aan een aantal voorwaarden voldoen en moeten bepaalde eigenschappen hebben willen ze geselecteerd worden om hulphond te worden. Voor hulphonden worden vooral Labrador Retrievers en Golden Retrievers gebruikt. Het zijn in oorsprong jachthonden, die met uiterste preciesie kunnen werken. Hulphond worden/zijn is geen last voor een hond, het zijn honden die heel graag werken.

De puppy's komen in een gastgezin terecht. Deze mensen zijn een bijzonder waardevolle schakel. Als gehandicapte is het vaak moeilijk om een hond de eerste dingen te leren en af te leren. Zij nemen deze taak anderhalf jaar op zich. Ze leren de honden de basis, gehoorzaamheid, zij helpen het dier sociaal te worden. Zij gaan ook regelmatig naar de training met hun hond. Dit gebeurt in het trainingscentrum. Hier komen de honden terecht als ze anderhalf jaar zijn.

Dit is een heel moeilijke tijd voor de gastgezinnen. De hond waarmee ze lief en leed gedeeld hebben, waar ze zo hard mee gewerkt hebben, moeten ze nu loslaten.

Dan is een zware tijd aangebroken voor de honden. Gedurende een half jaar krijgen ze een training in het trainingscentrum. Hier werken een aantal vrijwilligers die mee instaan voor de verzorging van de honden die daar verblijven. Caroline Thienpont, die voor HACHIKO werkt, is op haar beurt opgeleid om de honden te trainen. Zij traint hen dagelijks, om hen de meer specifieke dingen aan te leren. Dit is een heel zware taak. Na dit half jaar komen hond en kandidaat samen.

Annie

Annie was één van de 7 honden die mee op stage was. Het was niet helemaal liefde op het eerste gezicht. Het was een vriendschap die moest groeien. Natuurlijk wilde ik graag een hulphond, maar ik voelde me erg onzeker.

De stage was een harde dobber. Aanvankelijk waren we meer bezig met de commando's dan met de honden. De angst om er één te vergeten en wat doe je dan. Dan zit de hond daar vol verwachting en weet je niet meer hoe je ‘t hem allemaal moet gaan uitleggen. Maar dat verliep best goed. Het was bijzonder leerzaam.

De eerste nacht samen met Annie was, het zal je misschien ontgoochelen, heel rustig. Ik was zelfs bang dat er wat mis met haar was. Af en toe haalde ze een zucht boven die van zo diep kwam dat ik er jaloers door werd, en dan lag ze weer te kijken. Ik deed het licht aan, weer uit, weer aan, weer uit.

Na die zware dagen mocht Annie mee naar huis. Het was een mooi moment, één dat ik nooit zal vergeten. Maar geloof me, het begon allemaal pas. Er was niemand aan wie je om de drie seconden kon vragen wat je moest doen als ... en als ... . Maar ook dat ging best goed.

Een grappig moment was de thuiskomst. Ik had Annie in vaste greep; we wisten niet hoe ze op de kat zou reageren die reeds vijf jaar met ons samenleefde. Ik liet haar beetje bij beetje los. Klaas en Annie bleven mekaar aanstaren. Ze vrat die harige poes helemaal niet op. Niks. Al mijn enge fantasieën van een poot die uit haar muil stak en de beenderen die je hoorde kraken bij haar vers gevangen maal. Helemaal niets. Ze knorde. Ze is een Labrador Retriever, wel te verstaan, geen hangbuikzwijn, maar ze knorde! Klaas blies naar haar. Ze drukte zich nog dichter tegen mijn rolstoel. Die heldhaftige Annie was bang. Na enkele maanden begon de poes al eens de onbeveiligde overweg over te steken, maar hij doet het toch liever als wij in de buurt zijn.

Annie wil graag met de poes spelen, maar daar heeft hij niet zo'n zin in.

De eerste maand met Annie kreeg ik nog meer grijze haren. Ik heb er bij haar ook één ontdekt; misschien komt dat wel door mijn bezorgdheid. Bij alles wat fout ging twijfelde ik aan mijn capaciteiten. Ze testte me ongenadig. Wanneer ik haar opdroeg de deur open te maken, keek ze me aan. Ze bleef me aankijken ondanks al mijn aanmoedigingen. Alsof ze bedoelde, doe jij lekker zelf maar die deur open.

Ze test me nog steeds, maar intussen zijn we al een goed team geworden.

Borstelen geeft nog wel eens een probleem; dan mag ze op de tafel liggen en geniet van het borstelen, maar wil dan niet meer van de tafel. Ze wil dat ik eindeloos doorga. Mensen die me kennen zeggen al snel dat Annie wel erg goed bij me past.

Annie heeft mijn leven al behoorlijk veranderd, op veel manieren. Het is een verrijking van mijn leven.

Iedereen zorgde voor mij, nu voel ik me heel wat nuttiger want ik moet nu voor haar zorgen! Ze moet op tijd eten, naar buiten voor een plasje. Het is belangrijk dat ik oplet dat alles goed is met haar gezondheid en met haar naar de dierenarts ga als er iets mis is.

Annie gaat altijd en overal mee, ze kan heel rustig zijn als dat van haar gevraagd. wordt. Ze wordt ook bijna overal toegelaten; winkels, bibliotheek, restaurants ... noem maar op.

Voor mezelf durfde ik niet echt op te komen, maar voor haar wel. Soms maakt iemand wel een probleem als we in een restaurant binnenkomen. Maar de wet staat de toegang voor blinden-geleidehonden én hulphonden toe! Dus trachten we mensen dit in te laten zien, zodat we toch naar binnen mogen.

Mensen denken vaak beter te weten wat goed is voor haar, strelen haar en willen haar vanalles geven. Dat laat ik niet toe, omdat het te belangrijk is. Annie is er voor mij, niet voor de mensen uit de buurt. Er is erg veel discipline nodig om de hond correct te behandelen. Je moet heel consequent zijn, voorspelbaar. Als ik zeg ‘neen', is het ook neen, is het elke keer ‘neen' en niet vandaag wel en morgen niet. Mensen zeggen dan, ‘het geeft niet, ze is braaf', maar elke keer dat ik Annie in de fout laat gaan door toedoen van anderen, maak ik het Annie en mezelf moeilijker. Dus ook op die manier kom ik een stukje voor ons beiden op.

Mensen spraken me zelden of nooit aan voor ik Annie had en ik sprak ook niet vaak iemand aan. Nu word ik erg vaak begroet, mensen willen weten welk ras Annie is, hou oud ze is, enz. Zo raak je aan de praat met mensen.

We kennen de mensen in de buurt al heel goed. Ik ben niet langer "die met die rolstoel", men vindt de hond (gelukkig) interessanter dan mijn rolstoel. Annie is op en top een hond. Ze heeft het erg hard nodig om gewoon ‘hond' te zijn. Want uiteindelijk vraag ik vaak veel van haar. Iedere dag gaan we een plekje opzoeken waar ze zich echt kan uitleven. Daar geniet ze van. In het begin speelde ze alleen, nu spelen we meer samen. We wandelen iedere dag een paar kilometers in de velden, zij zit achter de kraaien aan, springt in elk plasje en rolt zich zo nu en dan in een koeievlaai.

Als ik de stok maar een meter weg gegooid krijg, geeft ze er niet om, ze heeft er evenveel plezier in.

Heerlijk crossen, in de plassen springen , achter de koeien aanzitten, ...

 

Life is fun!

En toch .... behandelt Annie me niet als een gehandicapte! Ze ziet de rolstoel wel, maar voor haar heeft die weinig betekenis. Voor haar ben ik een mens. Ze test me even hard als ze een valide persoon zou testen. Ze probeert vaak uit of zij de plaats van "baasje" niet kan inpikken. Dit doet ze op heel veel manieren. Als ik haar vraag om met haar voorpoten op de plexitafel van mijn rolstoel te springen, doet ze alsof ze het niet hoort. Dan geef ik een tweede maal het commando en dan heeft zij al een stukje gewonnen.

Wanneer we 's ochtends opstaan, zit Annie naast m'n rolstoel geplakt als men me aankleedt. Ze wijkt enkel als ik haar dat opleg.

Wanneer we naar buiten gaan opent zij de binnendeuren, door ofwel aan een koord te trekken, ofwel geeft ze heel beleefd een pootje aan de deur, waarna deze opengaat. De voordeur wordt bediend door een lichtknop. Annie neemt zelf haar leiband en daar gaan we. Meestal wanneer we in de buurt wandelen loopt ze mee zonder leiband. Ze weet perfect tot waar ze mag lopen; haar kop gelijk met m'n wiel. In de velden mag ze vrij krossen.

Als ik de pech heb gebeld te worden tijdens de wandeling en mijn GSM valt op de grond, dan raapt Annie hem voor me op. The talking laat ze aan mij over.

Mijn baasje is nogal veeleisend: dit doen, dat doen, altijd wat... Maar als beloning op schoot liggen wanneer het werk erop zit, 'zucht', da 's heerlijk!

Wanneer we gaan winkelen of een ander uitje maken heeft Annie haar rugzak aan. Deze heeft twee functies. Ten eerste weet zij dan zeer goed dat ze aan het werk is. Ten tweede is het dan voor anderen duidelijk dat Annie een functie heeft en geen gezelschapshond is. Tevens is het dan een stuk makkelijker om mensen te vragen haar niet te strelen, want je kan er meteen de reden bijgeven.
Annie is dominant zowel naar mensen als honden toe, ze is een perfecte hulphond, maar ze is geen perfecte hond, net als ik niet perfect ben, en niemand dat is. Soms is ze vrij hevig als ze andere honden ziet. Wanneer we wandelen in de velden, laat ik haar los en geef haar de toestemming om goeiedag te gaan zeggen, op die manier weet ze welke hond daar loopt en is ze snel tevreden. Dan roep ik haar weer bij me en komt ook meteen.

Wanneer ik merk dat Annie op een moment minder goed luistert, ga ik op zoek naar wat ik fout doe. Meestal liggen problemen niet bij de hond, maar bij het baasje. Maar het is wel belangrijk heel alert te zijn.

WOW, mijn baasje leert me rolstoeldansen! Maar eerlijk gezegd vind ik het ook een beetje link...

Het is echt een hele uitdaging om haar correct te behandelen. Het is ook uiterst belangrijk dat ik haar correct blijf behandelen. Want Annie raapt alles op wat ik laat vallen, ze doet de deuren open, doet lichten aan. Ik ben zo gewend dat ze me een stukje helpt, dat ik haar hulp maar moeilijk zou kunnen missen.

Ik lijd aan een progressieve spieraandoening, ben rolstoelafhankelijk en maak gebruik van ademhalingsondersteuning. Ik weet dat de aandoening zal maken dat ik over twee of vijf jaar weer heel wat minder kan. Maar daar maak ik me nu heel wat minder zorgen over. Omdat Annie er is en samen redden we het wel!

Ze is een hulphond op heel veel manieren. Ze helpt me met veel meer dan alleen maar met praktische dingen.

Een leven zonder Annie zou ik me niet meer kunnen voorstellen.

Tanja Govaert


<top